Opleidingen en studiedagen

Sensorische informatieverwerking in de vroege ontwikkeling; anders bekeken

In deze module wordt er anders gekeken naar 0-2 jarigen. De relatie tussen sensomotorische informatieverwerking en de ontwikkeling van het brein is inmiddels door wetenschappelijk onderzoek ruimschoots onderbouwd. Zintuigen liggen aan de basis van een zich ontwikkelend kinderbrein. Iedere baby en iedere ouder heeft een eigen sensorisch profiel; deze profielen kunnen in de wederzijdse communicatie matchen of juist een uitdaging vormen. De therapeut kan de normale en verander(en)de sensomotore ontwikkeling van 0-2 jarigen beschrijven en in kaart brengen en maakt sensomotore kansen en kwetsbaarheden profielen. De zintuigen spelen in de normale ontwikkeling een belangrijke rol in de regulatie. Baby’s hebben weinig mogelijkheden tot zelfregulatie ze zijn afhankelijk van co-regulatie door de ouder/verzorger. Deze co-regulatie verloopt via de zintuigen! In samenspraak en samenwerking met de ouder(s) worden modulatie strategieën afgestemd om het persoonlijk profiel van de ouder en het kind. Deze cursus is bestemd voor ergotherapeuten, kinderfysiotherapeuten en logopedisten die bij voorkeur met 0 tot 2-jarigen werken.

De module Anders kijken naar 0-2 jarigen is opgevolgd door de module Sensorische Informatieverwerking in de vroege Ontwikkeling, anders bekeken. De basis van deze nieuwe module blijft de combinatie van evidence en expert opinion.
De deelnemer kan de sensorische informatieverwerking accentueren in de vroege ontwikkeling van het kind. De samenwerking met ouders, en dit bij voorkeur in de thuissituatie, blijft cruciaal in alle fases van klinisch redeneren en de behandeling/begeleiding. Kijken en begeleiden vanuit de sensorische informatieverwerking in relatie tot bewegend functioneren biedt ouders nieuwe en wellicht andere kansen in de ondersteuning van hun kind.

De deelnemer relateert de sensomotorische  informatieverwerking aan de ontwikkeling van het brein. Deze relatie is in wetenschappelijk onderzoek ruimschoots aangetoond.  Deze verwerking is de basis voor de ontwikkeling van het jonge kind  in de ruimste zin van het woord. De evidentie voor vroege sensomotorische interventie groeit. Vroeg begonnen is veel gewonnen. Zeker bij een veranderde ontwikkeling biedt het kijken vanuit een sensorisch informatieverwerkingsperspectief kansen in de ondersteuning van het kind en ouders.
Sensorische informatieverwerking en regulatie zijn aan elkaar gerelateerd en beïnvloeden de ouder-kind relatie. De relatie tussen ouder en kind kan zich ontwikkelen mede dankzij zintuigsystemen die zowel door het kind als de ouder(s) worden ingezet. Iedere baby en iedere ouder heeft zijn eigen sensorisch profiel en temperament; deze profielen kunnen in de wederzijdse communicatie matchen of juist een uitdaging vormen. Na deze module herkent de deelnemer onder meer de sensorische profielen en temperamenten en de match of mismatch die daardoor kan ontstaan.

Interventiestrategieën zijn altijd gekoppeld aan de functionele activiteiten van elke dag. Sensorische informatieverwerking is daarnaast altijd gerelateerd aan bewegen. In iedere dagelijkse activiteit is er sprake van prikkelverwerking. In deze module wordt de prikkelverwerking altijd benaderd vanuit een functioneel perspectief.

De deelnemers hanteren een familiegerichte benadering en relateren de Sensorische Informatieverwerking aan het bewegend functioneren en het bewogen worden. Zowel in de normale als de veranderde ontwikkeling. De relatie met (co-)regulatie, affect/emoties , slapen, voeding en voedingsverwerking, verzorging,  interactie en communicatie en spel worden steeds gelegd.

Omdat we de module al een aantal jaren geven kunnen we nog beter afstemmen op de  vraagstellingen die we vanuit  de diverse paramedische werkvelden de afgelopen jaren zijn tegengekomen. De module is multidisciplinair van opzet zodat ervaringen kunnen worden uitgewisseld. Het multidisciplinaire karakter van deze module wordt in evaluaties zeer gewaardeerd. Er is door de keuze in werkvormen en het uitgebreide begeleidende docenten team voldoende mogelijkheid om vakgerichte vragen uit te kunnen werken.

Onderzoeksleerlijn
  • Maakt op basis van de Infant Toddler Sensory Profile (ITSP) een zintuiglijk kansen- en kwetsbaarheden profiel.
  • Neemt een 2-typical day interview af en kan dit uitwerken en relateren aan de zorgvragen van de ouders.
  • Observeert en onderzoekt het bewegingsgedrag in een functionele context, samen met de ouder(s).
  • Herkent stress-signalen bij het jonge kind en communiceert deze afgestemd op de ouders.
  • Herkent de regulatiestrategieën van het jonge kind  in de context.
  • Relateert disregulatie aan voedingsproblemen.
  • Kent de TSFI (test of sensory functions in infants) en de mogelijkheden van deze test.
  • Relateert resultaten uit kinderfysiotherapeutisch/kinderergotherapeutisch, logopedisch onderzoek aan de prikkelverwerking.
  • Analyseert of de problematiek gerelateerd is aan reflux, voedingsverwerking, slaapproblemen.
  • Kent Dunstan babytaal  in relatie tot huilen.
  • Kent de SEPS ; een sensorisch gerelateerd onderzoek bij voedingsproblemen van het jonge kind.
  • Kent de vroegtijdige kenmerken van autisme en de relatie met prikkelverwerking.

Kennisleerlijn
  • Kent de definitie van sensorische informatieverwerking en de behandelvisie van AKK en beschrijft het verschil met “sensorische integratie therapie”.
  • Beschrijft de sensorische ontwikkeling in utero en en van 0-2 jaar en relateert deze aan de motorische ontwikkeling van het specifieke kind.
  • Beschrijft de ontwikkeling van de zintuigsystemen in relatie tot het zich ontwikkelende babybrein zowel voor als na de geboorte.
  • Kent de richtlijnen gastro-oesofageale reflux, excessief huilen, veilig slapen en preventie wiegendood, prematuur en dysmatuur geboren kinderen.
  • Kent de nieuwste inzichten m.b.t sensorische ontwikkeling van specifieke prematuur en dysmature kinderen.
  • Kent de begrippen zelfregulatie en co-regulatie.
  • Kent het kwadranten model van Winnie Dunn als diagnostisch model en kan dit kritisch toepassen op het jonge kind.
  • Kent relatie tussen sensorische informatieverwerking en gehechtheid in de ouder-kind interactie.
  • Erkent het belang van de mogelijkheden van sensorische informatieverwerking in de regulatie, ouder-kind interactie en in de vroege ontwikkeling.
  • Kent de werking van de zintuigen en de verwerking van de zintuiglijke informatie in het brein.
  • Weet wat er in de literatuur wordt geschreven over sensorische informatieverwerking en vroeg kinderlijke ontwikkeling.
  • Kent het DIR model en de bijbehorende ontwikkelingsfases volgens Greenspan.

Behandel en interventieleerlijn
  • Past het methodisch handelingsplan toe en beantwoordt de zorgvraag.
  • Ondersteunt ouders in afstemmen van zintuiglijke informatie op het profiel van het kind.
  • Relateert sensomotorische verwerking aan de normale en veranderde ontwikkeling.
  • Creëert een sensorisch waardevolle omgeving.
  • Past het matrixmodel toe in de behandeling.
  • Maakt een kritische keuze uit materialen en middelen op basis van evidentie en best practice, rekening houdend met bestaande richtlijnen.
  • Adviseert en ondersteunt ouders in de keuze voor modulatie/regulatie  strategieën o.a. m.b.v. het Zintuiglijk Activiteiten Programma (ZAP).
  • Kent mogelijkheden en beschikbare evidentie voor het dragen van kinderen bij een normale en veranderde ontwikkeling.
  • Adviseert de ouders  conform bestaande richtlijnen  in de verschillende inbaker mogelijkheden en technieken en benoemt contra-indicaties.
  • Begeleidt ouders in afgestemde baby-massage technieken.
  • Integreert kansen en kwetsbaarheden vanuit de  sensorische informatieverwerking in spelen, slapen, verzorging, eten/drinken, communicatie en dragen.
  • Stimuleert de ontwikkeling van het kind door de sensorische informatieverwerking te  relateren aan het bewegend functioneren.
  • Reguleert in samenspraak met ouders de activatie en aandacht om een adequate state voor communicatie, motorische ontwikkeling, eten en spelen te creeëren.
  • Ondersteunt een vroegtijdige preventie van ontwikkelingsproblematiek door het afstemmen van sensomotorische kansen en kwetsbaarheden op het profiel van het jonge kind.
  • Instrueert ouders in regulatiemogelijkheden en technieken.
  • Formuleert het evaluatieproces.

Communicatieleerlijn
  • Creëert de juiste context voor het anamnestisch gesprek.
  • Werkt respectvol samen met ouders en kind.
  • Formuleert samen met de ouder de doelstellingen voor de interventie en legt deze schriftelijk vast.
  • Anticipeert op de kwetsbaarheid van de jonge ouder-kind interactie in de communicatie.
  • Communiceert het profiel van het kind in relatie tot de zorgvraag in heldere bewoording met collega’s en ouders.

Prijs

€ 2.000,- inclusief cursusmateriaal lunch, koffie en thee. Exclusief verplichte literatuur, de boeken Infant Toddler Sensory Profile; handleiding, vragenlijsten en scoreformulieren (Pearson Assessment) en Leven met Sensaties; W. Dunn

Locatie

Oude Vest 91 te Leiden

Extra eenmalige locatie: Eersel

Datum

Nieuwe data volgen snel

Lestijd(en)

9.00-16.00 uur

Deelnemers

Minimaal 10, maximaal 18

Docenten

Miriam Hufen, ergotherapeut
Chantal O’Dwyer, kinderfysiotherapeut
Eline Putters- Kuijpers, kinderfysiotherapeut
Sabine de Hoop, kinderfysiotherapeut en draagconsulent
John Bos, neuropsycholoog en fysiotherapeut
Natasja van Kollenburg, orthopedagoog
Anita van Eeden, logopedist
Fleur Sikkinghe, logopedist

Accreditatie

Ergotherapeuten, oefentherapeuten, logopedisten (cursus ID 480003) 70 punten  
(Kinder)fysiotherapeuten: register algemeen vakinhoudelijk en register kinderfysiotherapie (cursus ID 447721) 90 punten

Doelgroep(en)

Ergotherapeuten
Logopedisten
Kinderfysiotherapeuten