Opleidingen en studiedagen

(E)MB HOE ZIE JIJ HET?

Werk je met kinderen, jongeren en/of volwassenen met een verstandelijke beperking en uitdagingen op het gebied van prikkelverwerking?  Dan is deze cursus een goede keuze.  Kenmerkend bij deze doelgroep is de complexe problematiek waarbij sensorische, motorische, medische en gedragsmatige problemen met elkaar verweven zijn. Je kunt na deze cursus op basis van het methodisch handelingsplan, onderbouwd beoordelen en beredeneren of en hoe zorgvragen van de client  gerelateerd zijn aan prikkelverwerking. Op basis van klinisch redeneren worden de kwetsbaarheden en de kansen vanuit de prikkelverwerking geïntegreerd in  passende interventie waarbij het ondersteunen en begeleiden van client ouder(s), groepsleiding een essentiële rol speelt.

Sensorische Informatieverwerking (S.I) is het kunnen opnemen, selecteren en verwerken van informatie die via de zintuigen wordt geregistreerd. Om te participeren in het dagelijks leven is het belangrijk dat de zintuiglijke waarnemingen goed door het zenuwstelsel worden verwerkt. De Sensorische Informatieverwerking speelt een essentiële rol in de sensomotorische, cognitieve en sociaal emotionele en spraak/taalontwikkeling. Bij mensen met een verstandelijke beperking is er sprake van een blijvende ontwikkelingsachterstand als gevolg van een stoornis in het cognitief en sociaal-emotioneel functioneren. Er is daarnaast sprake van een beperking in conceptuele, praktische en/of sociale vaardigheden. (AAIDD, 2010). Problemen uiten zich in stoornissen in het waarnemen, denken, bewegen, kennen en/of weten en/of beleven (Einfeld et al., 2006; Didden, Collin, & Curfs, 2008). Hierdoor verloopt de ontwikkeling minder evenwichtig. Dit leidt tot beperkingen in de sociale(zelf)redzaamheid.

Er is een grote diversiteit in de ernst en de oorzaak, de beperkingen, (bijkomende) gezondheidsproblemen en de gevolgen die dat met zich meebrengt voor participatie in het dagelijks leven en de kwaliteit van leven. Zij hebben vaak problemen met bewegen, en soms zelfs bewogen worden. Er zijn dikwijls zintuiglijke (syndroom gerelateerde) beperkingen of er is sprake van een veranderde sensorische-motor ontwikkeling. Als de zintuigen informatie niet goed opnemen of het brein de informatie niet goed verwerkt, maakt dit het interacteren in de eigen omgeving en het aanpassen en ervaren van, en aan de omgeving moeilijk (Baum, Stevenson, & Wallace, 2015). Dit kan de kwaliteit van leven beïnvloeden en verminderen.

Een evenwichtige ontwikkeling laat een constante groei, afstemming en samenspel zien van motorische, sensorische, cognitieve en sociaal-emotionele processen (Card, Moran, & Newell, 1986; Model of Human Performance). Binnen deze ontwikkeling is zintuiglijke informatie in combinatie met bewegen essentieel voor de ontwikkeling van het brein. De zintuigen nemen informatie op die uitnodigt tot waarnemen, ervaren, in actie komen, bewegen en beleven. Andersom levert bewegen zintuiglijke informatie op die relevant is voor de motorische, cognitieve, sociaal-emotionele en spraak-taalontwikkeling. Als de zintuigen deze informatie niet goed opnemen of het brein de informatie niet goed verwerkt, maakt dit het interacteren in de eigen omgeving en het aanpassen aan de omgeving moeilijk (Baum et al 2015, Stevenson et al., 2014).

Cliënten met een verstandelijke beperking hebben vaak problemen met bewegen, en soms zelfs bewogen worden. Daarnaast hebben cliënten met een verstandelijke beperking dikwijls zintuiglijke beperkingen of een veranderde zintuiglijke ontwikkeling. De therapeut creëert samen met ouders en verzorgers omstandigheden en een beweegcontext waarin het kind wordt uitgenodigd om in beweging te komen. Cliënten met een verstandelijke beperking zijn minder in staat de regie te hebben over hun eigen behandeling en behandeldoelen. Daarom is deze module gericht op de samenwerking met de cliënt (waar mogelijk), en het cliëntsysteem.

De therapeut ondersteunt de cliënt een zinvol en waardig leven te leiden binnen de context van de woon- en leefomgeving.
Iedere discipline (ergotherapie, logopedie en (kinderfysiotherapie) richt zich in het screeningsproces op de relatie tussen zintuiglijke informatieverwerking en doelen op participatieniveau en maakt weloverwogen een afweging ten aanzien van de te  kiezen interventies binnen hun vakgebied of expertise.

In het therapeutisch proces leert de therapeut met behulp van een methodisch handelingsplan, en aan de hand van casuïstiek, de verschillende fasen van het therapeutisch proces inzichtelijk te maken. Als de zintuigen niet goed werken of de Sensorische Informatieverwerking niet goed verloopt kunnen uiteenlopende en dikwijls verwarrende problemen ontstaan. De client kan opvallend druk worden of fel en/of emotioneel reageren op prikkels die wij nauwelijks waarnemen. Ze blokkeren in bewegen of gaan juist meer bewegen. Ook het tegengestelde is mogelijk; prikkels worden nauwelijks waargenomen en cliënten reageren vertraagd, weinig of niet op prikkels. Ze hebben in vergelijking met anderen meer prikkels nodig om aangepast te kunnen reageren en te kunnen functioneren. Andere cliënten zijn meer dan anderen op zoek naar (beschadigende) prikkels. Bij beperkingen in zintuiglijk waarnemen of bewegen en bij gezondheidsproblemen verandert de sensomotore informatieverwerking en er is beperkt sprake  van het generaliseren van vaardigheden.

Dit alles vraagt om een vertaalslag waarbij naar ieder individu specifiek wordt gekeken en deze uniciteit terugkomt in het onderzoeken, behandelen en begeleiden. Dit vraagt nog meer om een individu specifieke benadering wat betreft onderzoek, behandeling en begeleiding. Iedere therapeutische discipline werkt op deze module aan vakgerelateerde zorgvragen. In deze module is het begeleiden van ouders, groepsleiding en andere betrokkenen om de omgeving zo goed mogelijk aan te laten sluiten aan de individu specifieke mogelijkheden, beperkingen en kwetsbaarheden het uitgangspunt. De zintuiglijke prikkelverwerking moet altijd in een bredere context worden bekeken waarbij mogelijkheden en beperkingen van deze methodiek worden overwogen. Prikkelverwerking is daarbij nooit een doel op zich, maar verwerkt in doelen op participatieniveau. Na deze module kun je de keuzes voor de behandelvariabelen (cliëntvariabelen, omgevingsvariabelen, materiaal variabelen en interactievariabelen) motiveren en onderbouwen op basis van kennis, evidence en bestpractice en maak je het eigen handelen  transparant voor ouder(s) en groepsleiding en iedereen met wie je samenwerkt.

Onderzoeksleerlijn
  • Bepaalt en beargumenteert welke onderzoeksinstrumenten worden toegepast
  • Analyseert en beredeneert in het diagnostisch proces de zintuiglijke kansen en kwetsbaarheden bezien vanuit de interactie-, materiaal-, cliënt en omgevingsvariabelen Interpreteert de onderzoeksresultaten en ontwerpt een aan de zorgvraag gerelateerd Sensorisch Profiel
  • Concludeert op basis van de analyse en in samenspraak met het cliëntsysteem de interventiestrategie.  Dat vraagt om een brede niet alleen zintuiglijk gerichte kijk. Gezondheidsproblemen, motorische en cognitieve en/of communicatieve beperkingen of zelfs een veranderde context kunnen van invloed zijn op de zintuiglijke verwerking
  • Observeert de invloed van prikkelverwerking in de natuurlijke context van de zorgvraag

Kennisleerlijn
  • Beargumenteert de keuze voor de behandelstrategie vanuit beschikbare evidentie en kennis
  • Onderkent de mogelijkheden en de beperkingen van sensorisch gerelateerde interventies
  • (Her)kent de verschillende neuropsychologische verklaringsmodellen gerelateerd aan sensorische informatieverwerking
  • Reflecteert op nieuwe inzichten en implementeert theoretische (wetenschappelijke) kennis over zintuigen en sensorische informatieverwerking in de begeleiding en behandeling van cliënten met een verstandelijke beperking met behulp van actuele vak gerelateerde literatuur
  • Vanuit evidence en best practice wordt elke stap, van onderzoek tot interventie door klinisch redeneren onderbouwd

Behandel en interventieleerlijn
  • Stelt een aan de zorgvraag gerelateerd interventieplan op met behulp van het methodisch handelingsplan
  • Maakt op basis van evidentie en best practice een onderbouwde keuze voor het te volgen behandeltraject
  • Integreert de kansen en kwetsbaarheden vanuit de zintuigen en zintuiglijke informatieverwerking in de vakgerelateerde behandelstrategie
  • Motiveert en omschrijft de interventiekansen vanuit interactie-, materiaal-, cliënt en omgevingsvariabelen
  • Ontwikkelt in samenspraak met ouder(s) en/of andere betrokkenen een sensorisch waardevolle omgeving waarin de client wordt uitgenodigd in beweging of tot rust te komen
  • Ondersteunt het cliëntsysteem in keuzes ten aanzien van sensorische gerelateerde ondersteuning in  (activatie) regulatie
  • Onderzoekt samen met ouders en andere betrokkenen de zintuig gerelateerde mogelijkheden in communicatie en contact
  • Creëert een Zintuiglijk Activiteiten Programma om de activatie te reguleren aangepast aan de cliënt specifieke variabelen en aangepast aan de zorgvraag
  • Onderzoekt en begeleidt vanuit verschillende theorieën, invalshoeken de mogelijkheden van de client,  om te participeren in de werk, leef, speel of woonomgeving en/of de kwaliteit van leven te verbeteren

Communicatieleerlijn
  • Legt de kansen en kwetsbaarheden vanuit de prikkelverwerking  in woord en schrift uit aan ouder(s) en andere betrokkenen binnen het cliëntsysteem
  • Stemt in de communicatie af op de communicatie mogelijkheden van de cliënt
  • Onderbouwt in woord en schrift zijn/haar visie op prikkelverwerking in relatie tot de zorgvraag 

Prijs

€ 2000,- inclusief cursusmateriaal koffie/thee en lunch. Exclusief aanbevolen literatuur.

Locatie

Oude Vest 91 te Leiden

Datum

18 maart, 23 maart, 7 april, 25 april, 18 mei, 1 juni, 17 juni, 7 juli, 9 september en 5 oktober 2022 (vol)

Lestijd(en)

9.00-16.00 uur

Deelnemers

Minimaal 12, maximaal 24

Docenten

John Bos, neuropsycholoog
Miriam Hufen, ergotherapeut
Inge Maters, Fysiotherapeut
Robert de Hoog, fysiotherapeut
Miranda Zwijgers, ergotherapeut
Yvonne Verstappen, logopedist
Tiana van Oosten, kinderfysiotherapeut
Chantal O’Dwyer fysiotherapeut
Leonore Kuipers, arts
Lonneke Winters, logopedist
Anita van Eeden, logopedist

Accreditatie

Ergotherapeuten, logopedisten, oefentherapeuten (ADAP): 87 punten
Fysiotherapeuten en kinderfysiotherapeuten (Keurmerk): 72 punten, 
Fysiotherapeuten en kinderfysiotherapeuten (KRF, beroepsgerelateerde deel): 85 punten

Voorwaarden certificering: de dossieropdrachten en de eindopdracht zijn met een voldoende afgerond. Er mag niet meer dan 1 dagdeel worden gemist. Indien meer dan één dagdeel wordt gemist mag de deelnemer deze een volgende module inhalen om alsnog het certificaat te ontvangen. Afhankelijk van de gemiste lesstof kan een vervangende opdracht worden aangeboden.