Opleidingen en studiedagen

CURSUS SI BIJ DEMENTIE OF NAH MET RESTSCHADE

Bij mensen met dementie verloopt de zintuiglijke informatieverwerking, door een veranderde (ver)werking binnen het brein, niet altijd zo vanzelfsprekend of anders dan gewoon. In deze module leert u te beoordelen waar kansen liggen in het aanbieden van dagelijkse activiteiten aangepast aan de unieke persoonlijkheid en voorkeuren van de persoon. Deze module is bestemd voor paramedici die werkzaam zijn in de dementiezorg en/ of zorg voor NAH met restschade.

Sensorische Informatieverwerking (S.I) is het kunnen opnemen, selecteren, verwerken en beleven van informatie die via de zintuigen wordt geregistreerd. Om te kunnen waarnemen, te begrijpen, te reageren en te beleven, door alle activiteiten van het dagelijks leven heen, is het belangrijk dat de zintuiglijke waarnemingen goed door het zenuwstelsel worden verwerkt. Dit laatste is bij mensen met dementie/ NAH met restschade niet meer het geval en dit zorgt voor een veranderde informatie verwerking.
Nieuwe prikkels worden niet goed meer opgeslagen maar ook bekende prikkels worden minder goed begrepen omdat het geheugen niet goed werkt. Soms kan door het aanspreken van meerdere zintuigen tegelijk het geheugenspoor (gedeeltelijk) weer terug gevonden worden omdat geheugensporen ooit gecreëerd zijn op basis van meerde zintuiglijke ervaringen.

Prikkels leiden niet meer tot een juiste betekenisverlening of worden niet herkend of anders ervaren dan vroeger. Dat maakt enerzijds dat mensen zich onveilig kunnen voelen en zich terugtrekken uit activiteiten (verstillen) of terugvallen op vertrouwde prikkels. Vertrouwde prikkels zijn dikwijls prikkels die ontstaan door eigen beweging of eigen aanraking of die verankerd zijn in oude herinneringen. De andere kant van prikkelverwerking is dat ze gevoeliger reageren op prikkels en onrustig, agressief, afwijzend of vermijdend gedrag reageren.

Informatie uit de zintuigen vanuit het eigen lichaam en de omgeving (naast een toch al minder werkend visueel en auditief systeem) dringen niet meer door waardoor communicatie en interactie met de buitenwereld verarmd. Dit vraagt om een zintuiglijk aanbod waarbij meerdere zintuigen tegelijk worden aangesproken (multi-sensorisch) en het creëren van een sensorisch waardevolle omgeving waarbij aangesloten wordt op de persoonlijke zintuiglijke voorkeuren.
Naast de functionele kant van de prikkelverwerking spelen de zintuigen een belangrijke rol in de beleving. Als informatie uit de buiten- en binnenwereld niet goed meer wordt verwerkt heeft dat een grote impact op de (zelf)beleving, eigenwaarde, interactie en het totale menszijn en welbevinden.

Deze 5 daagse module is een verdiepingsmodule voor de therapeuten die al een opleiding sensorische informatieverwerking bij AKK hebben gevolgd en specifieke informatie wensen over de doelgroep cliënten met dementie/ NAH met restschade.
De therapeut legt in deze module de relatie tussen zintuiglijke registratie, verwerking en beleving en het gedrag en functioneren van de dementerende oudere. De deelnemer creëert op basis van observaties, vragenlijsten en interviews een zintuiglijk profiel van de cliënt en relateert deze aan de zorgvraag. Na deze module is de deelnemer in staat hypothesen te formuleren en een behandelplan op te stellen.

Desgewenst kan deze module ook in company gegeven worden. Neem hiervoor contact op met het secretariaat van AKK.

Het belang van het in kaart brengen van zintuiglijke informatieverwerking en het afstemmen van activiteiten op de individu-specifieke prikkelverwerking bij cliënten met dementie is groot, omdat;
    • door het maken van sensorische profielen beter kan worden aangesloten bij de kansen en kwetsbaarheden
    • een sensorisch waardevolle omgeving gecreëerd kan worden waardoor de mens zich uitgenodigd, veiliger en fijner en gekend kan voelen in zijn woonomgeving
    • door het aanbieden en inbouwen van sensorisch op de cliënt afgestemde activiteiten in het dagelijks leven een bijdrage geleverd kan worden aan het welbevinden
    • sensorische prikkels die als plezierig worden ervaren bijdragen aan kwaliteit van leven
    • het een dimensie toevoegt aan het kijken achter gedrag dat door anderen als storend of bedreigend wordt ervaren en wellicht weer nieuwe interventie of begeleidingskansen biedt
    • sensorische informatie geheugensporen aanspreekt en daarmee ook de emotionele beleving oproept
    • de zintuigen een essentiële rol spelen in het reguleren van activatie en alertheid

Kansen en Kwetsbaarheden
Voor mensen met dementie/ NAH met restschade is het verwoorden van hun behoefte aan bepaalde prikkels of juist het aangeven van welke prikkels ze last hebben moeilijk. Er zijn altijd bepaalde prikkels die men goed kan verwerken en waaraan men plezier kan beleven. Juist hier kunnen de kansen liggen in het aanbieden van dagelijkse activiteiten aangepast aan deze zintuiglijke voorkeur. Het is onze uitdaging om samen te analyseren en te onderzoeken naar waar kansen liggen aangepast aan de unieke persoonlijkheid en voorkeuren.  Anders kijken naar de mens met dementie/ NAH met restschade betekent anders kijken naar prikkels en prikkelverwerking.

Het herkennen van kwetsbaarheden bij deze doelgroep blijkt in de praktijk minstens zo belangrijk. Welke zintuiglijke informatieverwerking blokkeert het contact maken of het functioneren in een groep of thuis? Welke prikkels beïnvloeden de dagelijkse activiteiten of het plezierig beleven van de omgeving? Welke prikkels zorgen voor (on)rust?

Sommige mensen slagen er eenvoudigweg niet in alle prikkels die op één dag op hun afkomen te verwerken. Als we adequaat kunnen reageren en weten op welke manier we kunnen aansluiten aan wat het beste is voor hem/ haar is, kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van (be)leven.  Hoe beter we weten en herkennen waar kansen en kwetsbaarheden van mensen met dementie liggen, des te beter we de begeleiding / advisering kunnen afstemmen.

Kijken "achter" het gedrag
Iedere paramedicus is getraind in het kijken naar gedrag vanuit zijn eigen discipline. Soms kan de oorzaak van opvallend of storend gedrag (mede) liggen in de wijze waarop iemand de prikkels uit zijn of haar leer- en/of leefomgeving kan verwerken. Ieder mens ontvangt via de zintuigen de hele dag door informatie. Door deze informatie blijven we geprikkeld en dus actief gericht op de omgeving. Deze informatie is nodig om te kunnen reageren op de omgeving, om contact te kunnen maken en om te kunnen handelen en te beleven.

Bij mensen met dementie verloopt de zintuiglijke informatieverwerking door een veranderde (ver)werking binnen het brein niet altijd zo vanzelfsprekend en vaak anders dan gewoonlijk. Nieuwe ervaringen worden niet goed meer opgeslagen en oudere ervaringen vertroebeld of versterkt. De ogen en de oren werken minder of nemen anders waar waardoor de wereld onveilig kan worden ervaren of mensen zich terugtrekken en veel onbegrip in hun omgeving ontstaat. Ze worden onrustig van bepaalde zintuiglijke prikkels, snappen de waarde van de informatie niet, raken geïrriteerd, achterdochtig of boos of trekken zich juist terug.

Bij een verminderde mobiliteit die vaak samen gaat met ouder worden, ontstaat minder activiteit in het brein en wordt de leefwereld letterlijk en figuurlijk kleiner. Bewegen speelt een essentiële rol in het activeren van het brein. Beweging is een prikkel die het brein alert en geprikkeld houdt.

Dementerende ouderen die niet meer thuis wonen worden in het dagelijks leven wellicht minder aangeraakt dan ze in de thuissituatie gewend waren. Aanraking gebeurt alleen op een functionele manier waardoor ze contact met zichzelf en de buitenwereld verliezen. Bij opname in een dag- of woonvoorziening biedt de nieuwe leefomgeving een andere context dan die ze gewend waren en zal het prikkelaanbod totaal anders zijn dan ze gewend waren. Het ruikt er anders, het eten is anders gekruid, er staat muziek aan die de voorkeur niet heeft, er wordt anders aangeraakt en de lakens zijn ruwer dan thuis. Daar waar de zintuigen normaal gesproken ondersteunen maken ze nu de mens in de war.

Onderzoeksleerlijn

Verzamelt per casus cliëntgerichte informatie met:

  • Vragenlijsten zoals de Zintuigvoorkeurslijst, Adult Sensory Profile, anamnese en voorgeschiedenis
  • Aanvullende observaties
  • Video observaties

Kijkt anders naar cliëntgerichte informatie door:

  • Sensorische modulatieproblemen te kunnen herkennen en benoemen en deze te relateren aan de (complexe) problematiek van de cliënt met dementie
  • Bewustwording ten aanzien van het eigen zintuiglijk profiel(en wellicht ook dat van groepsleiding of familie) en de strategieën die vanuit dit profiel ontwikkeld kunnen worden in de begeleiding van de cliënt.

 

Kijkt anders naar omgevingsgerichte informatie door:

  • Behandelmaterialen zintuiglijk te analyseren. Bewustwording van de zintuiglijke kwaliteiten van materialen uit het dagelijks leven en het effect op het functioneren van de cliënt herkennen en benoemen met als doel deze aan te passen aan de kansen en kwetsbaarheden van de cliënt.
  • Omgevingsvariabelen (zoals slaap- en woonkamers, de leefomgeving) zintuiglijk analyseren en daar waar mogelijk (gedeeltelijk) aan te passen aan het profiel van de cliënt om een zo optimaal mogelijk functioneren te ondersteunen.

 

Kennisleerlijn
  • Kent de theoretische achtergrond van sensorische informatieverwerking en kan de modulatieproblemen benoemen en relateren aan de problematiek van een cliënt met dementie.
  • Onderkent en beschrijft de (veranderde) zintuiglijke prikkelverwerking bij cliënten met dementie.
  • Kan een methodisch handelings- en/of begeleidingsplan ontwikkelen gericht op het unieke individu.
  • Weet waar informatie met betrekking tot evidence en efficacy gevonden kan worden.
  • Kent de laatste ontwikkelingen en (mis)concepties op het gebied van toegepaste neurologie en Sensorische Informatieverwerking bij deze specifieke doelgroep.
  • Weet welke processen ten grondslag liggen aan het ontwikkelen van activatie en aandacht en benoemt welke relatie er bestaat tussen zintuiglijke prikkelverwerking en regulatie van de activatie.
  • Creëert samen met begeleiders een waardevolle omgeving en kan de keuze onderbouwen op basis van wetenschappelijk onderzoek.
  • Weet hoe dementerende cliënten de wereld om zich heen ervaren en welke rol dynamische prikkels hierbij spelen.

Behandel en interventieleerlijn
  • Maakt aan de hand van (onder andere) het model van W.Dunn een zintuiglijk profiel.
  • Ontwikkelt vanuit de analyse een behandelplan en motiveert waarom voor bepaalde interventie variabelen is gekozen.
  • Creëert een individu specifieke Zintuiglijk Activiteiten Plan voor één cliënt of voor een groep cliënten met dementie.
  • Kiest op basis van de zintuiglijke voorkeur van de cliënt welke zintuigen aangesproken worden om geheugensporen op te roepen en een positieve beleving te ondersteunen.
  • Helpt de activatie en alertheid te reguleren door het gedoseerd inzetten van zintuiglijke informatie.
  • Legt de relatie tussen prikkelverwerking en gedrag.
  • Past het 2 Typical Day interview en het Sensory History Interview toe om prikkelverwerking in het dagelijks functioneren van de cliënt inzichtelijk te krijgen en eventueel te relateren aan ervaringen van vroeger.
  • Stemt de communicatie zintuiglijk af op de cliënt.
  • Weet welke hulpmiddelen en materialen er zijn om de zintuigen te prikkelen, tot rust te brengen te ondersteunen.
  • Creëert met behulp van de zintuigen een emotioneel plezierige context.
  • Onderkent hoe de zintuigen doorwerken in gedrag en beleving.

Communicatieleerlijn
  • Kent zijn eigen profiel en kan dit gebruiken en aanpassen in zijn communicatie met cliënten met dementie binnen zijn omgeving.
  • Creëert de context voor een gesprek met familie of teamleden uit het cliëntsysteem.
  • Kan in samenspraak met de zorgverleners afleiden waar de prioriteiten ten aanzien van behandeling en/of begeleiding liggen (multidisciplinair werken).
  • Kent de kansen van omgevingszorg, beschrijft de meerwaarde van kijken vanuit een sensorisch informatieverwerkings perspectief.
  • Werkt samen met begeleiders en familie en de cliënt en deelt kennis en inzichten om zo inzicht te geven in het gedrag en functioneren en dit beter te kunnen begrijpen en te ondersteunen.

Deze leerlijnen komen terug in het Methodisch Handelingsplan. Het methodisch handelingsplan is het werkmodel waarmee wij binnen de verschillende modules werken.
Anders Kijken naar Kinderen heeft een Journalclub waarbij een aantal daar toe geschoolde docenten wetenschappelijke artikelen bespreken en de kennis of resultaten uit onderzoek implementeren in de beroeps- en onderwijspraktijk zodat een brug wordt geslagen tussen onderwijs, wetenschap en praktijk.

Prijs

€ 950,- inclusief cursusmateriaal koffie/thee en lunch. Exclusief aanbevolen literatuur.

Locatie

Oude Vest 91 te Leiden

Datum

15 mei, 7 juni, 27 juni, 8 september en 6 november 2023

Lestijd(en)

9.00-16.00 uur

Deelnemers

Minimaal 12, maximaal 24

Docenten

Robert de Hoog
Yvonne Verstappen

Accreditatie

(Kinder)fysiotherapeuten: register algemeen vakinhoudelijk 45 punten

Doelgroep(en)

Deze vijf-daagse vervolg module is bedoeld voor ergotherapeuten, fysiotherapeuten en logopedisten die werken met cliënten dementie (en een verstandelijke beperking)/ NAH met restschade.